|
||||||||
|
Eén ding heb ik alvast geleerd in de aanloop naar het uittikken van deze regels: in Bulgarije blijkt het voor veel mensen gebruikelijk te zijn in de nacht van 30 juni op 1 juli naar de Zwarte Zee te rijden, zodat ze op de ochtend van 1 juli vanop de kliffen en de rotsen de zonsopgang kunnen meemaken. Traditioneel wordt daarbij het nummer “July Morning” van de Britten van Uriah Heep afgespeeld en luidkeels meegezongen en vandaag zijn we zover dat niet alleen het liedje, maar ook het begrip ”July Morning” in alle lagen van de Bulgaarse bevolking doorgedrongen is. Bijgevolg is het normaal dat je vandaag een nieuwe CD tegenkomt, die niks met hard rock te maken heeft, maar wel aan het gebruik wil herinneren. Sopraanzangeres Viktoria Lasaroff -ze speelt overigens ook accordeon- is de centrale figuur van het trio Balkanova, dat dit jaar zijn twintigste verjaardag viert en samen met de Duitse gitarist Andreas Brunn en de Canadese bassist Robin Draganic al tie tijd al werkt aan een modernisering van de klassieke Bulgaarse volksmuziek, die weliswaar heel diepe wortels in de traditie heeft, maar wel een beetje in nostalgie was blijven steken. Daar willen de drie dus wat aan doen en op deze plaat doen ze dat middels tien melodieën, waar fusion en jazz doorheen komen gluren en die, in grote lijnen, de belangrijkste mijlpalen in een jonge relatie overlopen. Van de kennismaking, via het samenleven, over migratie, scheiding, familieverhoudingen, het leven van alledag en het simpelweg gelukkig zijn. Klinkt gewoontjes, maar raakt wel aan de essentie van een mensenleven die, in de vorm van een muzikale wandeling, mee gestalte krijgt door de inbreng van gerenommeerde gastmuzikanten als drummer Stojan Yankoulov -die heel lang geleden voor Bulgarije vijfde werd op het Eurosongfestival-, saxofonist Vladimir Karparov, bekend van o.a. het Balkan Spirit Ensemble, waar je ook wel eens percussionist Philipp Bernhardt en pianist Daniel Stawinski kan aantreffen en, om de club te vervolledigen is er violist Mladen Stoyanov van de Salzburg Philharmoniker. Met zo’n verzameling muzikanten kan je al eens buitenkomen en het kleine uurtje dat deze plaat duurt, vliegt dan ook letterlijk voorbij en dat hoeft niet te verbazen: het gaat, op één Servische uitzondering na (“Ayde Yano”) steevast over liederen uit de Bulgaarse traditie, zodat je er rustig kunt van uitgaan dat Viktoria Lasaroff ze al kende voor ze zich aan het arrangeren zette. Enfin, zijzelf of gitarist Brunn, die zich ook niet onbetuigd liet. Naast de ongelooflijk veelzijdige stem van Lasaroff, is de gitaarklank van Brunn, wat mij betreft de voornaamste aantrekkingspool: die beheerst niet alleen de bijzondere Balkanritmes, maar kan net zo goed klankkleuren van Cuba tot Brazilië aan, zodat je een plaat krijgt, die letterlijk buiten de lijntjes kleurt en die ongetwijfeld de belofte van vernieuwing inlost en de enigszins ingeslapen Bulgaarse folk nieuw leven inblaast. Heerlijke stuff! (Dani Heyvaert)
|